Verhalen zijn woeste wezens

‘Er bestaan geen woestere wezens dan verhalen,’ gromde het monster. ‘Verhalen jagen en bijten en achtervolgen.’

Een perfecte dag voor literatuur bespreekt vandaag Zeven minuten na middernacht van Patrick Ness.  Wij zijn een groep bloggers met een grote liefde voor boeken – die over het algemeen het etiket ‘literatuur’ dragen. Zeven minuten na middernacht verscheen op 13 september bij uitgeverij De Geus en is een vertaling van A Monster Calls (Walker Books, 2011). Patrick Ness bouwde voort op een idee van Siobhan Dowd, die overleed aan kanker voordat zij het boek kon schrijven. Je zou de schrijver kunnen kennen van een aantal jeugdboeken, waaronder The Knife of Never Letting Go, uit de Chaos Walking trilogie.

Mijn keuze viel op dit boek na het bekijken van de trailer. Binnen twintig seconden vermoedde ik dat dit boek mij zou gaan overdonderen en dat het mij niet zou loslaten. Kijk hieronder en oordeel zelf:

‘Het monster kwam vlak na middernacht opdagen. Zoals monsters altijd doen.’
Op zeven minuten na middernacht verschijnt er een monster aan het raam van de dertienjarige Conor O’Malley. Maar hij is niet bang. Integendeel, hij heeft wel ergere dingen om bang voor te zijn. De echte monsters in zijn leven zijn de nachtmerrie die hem iedere nacht teistert, en de terminale ziekte die zijn alleenstaande moeder van Conor dreigt af te pakken. Dan zijn er nog de volwassenen om hem heen, zoals zijn oma en de leerkrachten op school, die ook niet weten hoe ze met hem om moeten gaan en hem alleen maar kwader maken.

Het monster, in de vorm van een taxusboom, beweert dat Conor hem heeft geroepen. Naar aanleiding van gebeurtenissen vertelt de reus Conor bij elkaar drie (folklore)verhalen. Deze verhalen laten zien dat er niet zoiets bestaat als goed of kwaad, dat het leven niet ‘eerlijk’ is en dat een verhaal of leven altijd verschillende waarheden heeft.

Conor schudde zijn hoofd. ‘Dat is echt een vreselijk verhaal. En heel vals.’
‘Het is een waar verhaal,’ zei het monster. ‘Veel dingen die waar zijn voelen vals.

De echte waarheid is je eigen waarheid:

‘Jij vertelt me het vierde verhaal,’ herhaalde het monster, ‘en dat zal de waarheid zijn. […] Niet zomaar de waarheid. Jouw waarheid.’

Wat is de waarheid van Conor? Kan hij die onder ogen zien? En lukt het hem uiteindelijk om zijn moeder los te laten?

ZevenMinutenNaMiddernacht_lowres
Een boek voor kinderen of volwassenen?

Zeven minuten na middernacht
leent zich voor allerlei verschillende interpretaties en biedt een scala aan mogelijke onderwerpen. Dat is een van de krachten van het boek. Ik zou het kunnen hebben over de verwoestende maar ook scheppende kracht van verhalen, over de representatie en de rol van het monster, over loslaten of over de de toegevoegde waarde van de illustraties.

Tijdens het lezen vroeg ik mij vooral af hoe de schrijver zich tot zijn lezerspubliek verhoudt. Is dit zo’n boek dat onder de noemer jeugdliteratuur zou kunnen vallen? Wanneer is een jeugdboek literatuur? En kunnen jeugdboeken wel naar dezelfde maatstaven worden beoordeeld als ‘volwassen’ literatuur? En is het eerlijk om die grens te trekken? Wat als een jeugdboek ook door veel volwassenen wordt gewaardeerd, of stiekem verwijzingen geeft die niet alle kinderen begrijpen (denk bijvoorbeeld aan Minoes van Annie M. G. Schmidt, met ‘Praatdokter’ Schuld en zijn kat Annelieze)?

Heeft het eigenlijk zin om de bovenstaande vragen te stellen?

Lees verder voor een overpeinzing van deze vragen. En ben je benieuwd naar andere meningen en uitgangspunten over Zeven minuten na middernacht? Lees dan ook wat andere bloggers schreven.

De zin en onzin van de zoektocht naar een definitie
(Heb je minder zin in theoretisch geneuzel en wil je weten wat Patrick Ness zélf heeft gezegd? Scroll dan een stukje door!)

De afgelopen paar decennia is er steeds meer aandacht gekomen voor de plek van jeugdboeken binnen de literatuur. Jeugdboeken hebben niet meer puur een opvoedende functie, en steeds vaker is de vraag gesteld wat jeugdliteratuur nu precies is. Daarover zijn talloze interessante artikelen en discussies te vinden, die te talrijk zijn om hier te kunnen bespreken. Door de jaren heen is naarstig gezocht naar een systeem van criteria om jeugdboeken te kunnen classificeren. Vaak zitten jeugdboeken eigenlijk ‘tussen’ literatuur en lectuur, wanneer je ze beoordeelt met de maatstaven van ‘volwassen’ literatuur. En dat vindt men waarschijnlijk maar lastig.

Er zijn allerlei vragen die je jezelf kunt stellen in de zoektocht naar een definitie. Gaat het om literatuur ‘van’ of ‘voor’ de jeugd en moet je uitgaan van de ontvanger of de schrijver? (Dekkers-Akveld, 1973) Gaan wetenschappers uit van hun eigen (volwassen) literatuuropvatting (‘wat is literatuur?’) en gaan ze daarna pas nadenken over de jeugdige ontvanger? Is literatuur het beste vanuit de ‘kinderblik’, waarbij de auteur en jonge lezers het dichts bij elkaar komen? Wordt jeugdliteratuur beschouwd als een reductie van volwassenenliteratuur? (Baudoin, 1982) Moet een schrijver ‘afdalen’ naar de jonge lezer, met het gevaar de lezer te onderschatten, of kan de schrijver zijn of haar lezers beter naar zich ‘toe laten komen’?

Mocht je jeugdliteratuur toch heel graag willen ‘vangen’ en concretiseren, dan zijn hier een aantal argumenten die wetenschappers gebruiken. Doe er je voordeel mee!

  1. Realistische argumenten
    Wordt er een verband gelegd tussen de werkelijkheid in en buiten het boek? Lectuur geeft geen beeld van de werkelijkheid, maar schetst een onrealistisch en clichématig droombeeld.Sprookjes hoeven zich niet aangesproken te voelen.
  2. Morele argumenten
    Lectuur leidt lezers van het leven af en verdooft ze tijdelijk in een droomwereld. Ze deinen mee met de opvattingen van de lezer. Er is niets onverwachts of shockerends.
  3. Structurele argumenten
    Heeft ieder element een functie en hangt alles met elkaar samen? Denk aan complexiteit in taal, stijl, karakterontwikkeling en spanningsbogen. Lectuur heeft altijd dezelfde structuur: ‘DGAV’ oftewel ‘De Goede Afloop Vertragen’.
  4. Intentionele argumenten
    Wat is de bedoeling, de intentie van de schrijver? Lectuur zou doorgaans een commerciële intentie hebben.
  5. Vernieuwingsargumenten
    Is het boek origineel? Is het verhaal vernieuwend op het gebied van taal, psychologie, structuur?
sofie en lange wapper

Kleine Sofie en Lange Wapper wordt veelal als een typisch voorbeeld van jeugdliteratuur genoemd. Voor wie dit boek heeft gelezen: ben je het daarmee eens?


Patrick Ness: ‘Kids like heavy’
Op 9 november sprak ik samen met de andere bloggers Patrick Ness, waarbij hij een aantal duidelijke uitspraken deed over hoe hij zich wil verhouden tot zijn schrijverspubliek. Hij bevestigde het beeld dat ik had gevormd tijdens het lezen: hij neemt zijn jeugdige lezers serieus. Dit doet hij door het heftige onderwerp, door de geportretteerde volwassenen die het met al hun goede bedoelingen alleen maar erger maken, door de ontwikkeling die Conor doormaakt maar ook door geen concessies te doen om het geheel makkelijker, begrijpelijker of spannender te maken. Het is een eerlijk en puur verhaal.

‘Het ergste wat je kunt doen, is tieners voor lief nemen.’

Patrick past duidelijk niet bij de critici die menen dat de schrijver moet ‘afdalen’ naar het ‘niveau’ van de jeugdige lezers. ‘Als kind vond ik het niet erg om niet alles te weten. Ik wilde serieus genomen worden.’ En daarom neemt hij zijn lezer serieus, maar vindt hij humor en relativering tegelijkertijd ook erg belangrijk: ‘Ik schrijf voor de tiener die ik was. Maar ik wil ook boeken schrijven die ik als volwassene zou willen lezen.’

De illustraties zijn grauw, donker, bedreigend maar ook prachtig. Terwijl alles, waaronder de reus, gedetailleerd is weergegeven, blijft Conor in de illustraties onopvallend ongedefinieerd. Dat is een bewuste keuze geweest. Patrick wil dat de lezer in staat is om zijn of haar eigen beeld van Conor te projecteren. Hij wil dit niet al van tevoren invullen. Dit zie ik als nog een voorbeeld van een respect voor de al dan niet jeugdige lezer.

Illustration from A Monster Calls

Een voorbeeld van een illustratie met Conor.

Gedurende het gesprek laat Patrick zien dat hij een goed inzicht heeft in de belevingswereld van jongeren: ‘Je bestaat niet uit slechts één verhaal. Wanneer je jong bent, denk je dat dat wel het geval is. Wat je voelt en ervaart, behelst alles. Zowel goede als slechte ervaringen. Maar er is meer dan dat. Verhalen hebben verschillende waarheden, en iedereen heeft een eigen waarheid.’ Deze uitspraak komt duidelijk terug in de verhalen van het monster.

Met of zonder schema’s om te bepalen wat ‘literatuur’ is, voor mij is Zeven minuten na middernacht een prachtig voorbeeld van literatuur dat niet misstaat in welke boekenkast dan ook, van jong tot oud. Maar uiteindelijk geldt voor mij de volgende uitspraak van Bart Moeyaert in Leesgoed (1997):

‘ Taal is één ding, maar zelfs als je de meest leesbare, eenlettergrepige woorden achter elkaar zet, kan het nog een gesloten, intrigerend verhaal worden. […] de discussie over het verschil tussen de literaturen [blijft] heel vaak bij theoretisch geëmmer.’

En zo is het.

Advertenties

Over Yolanda de Haan

Tekstschrijven | Redactie | Literatuurwetenschapper | Cultuurwetenschapper | Taalpurist | Muziek | Theater | Film | Nostalgisch | Schrijft en ontvangt graag brieven | Houdt van taart en Scandinavië
Dit bericht werd geplaatst in Boeken, Een perfecte dag voor literatuur, Literatuur, Not Just Any Book, Recensie en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s