Je wordt wat de mensen van je maken: ‘IJstijd’ van Maartje Wortel

‘James Dillard laat het leven over zich heen komen.’ Oei. Tot nu toe had ik meestal een haat-liefdeverhouding met romanpersonages die passiviteit (onbewust) tot een levenskunst hebben verheven. Hoe knap geschreven ook, ik wil ze door elkaar schudden. Dat is de reden dat De kolonel krijgt nooit post met zijn slechts 80 pagina’s precies lang genoeg was. Waarom Het proces net zo verlammend op mij werkte als op de hoofdpersoon en ik het boek halverwege heb weggelegd. Er bestaan theorieën dat de eigenschap die je in andere mensen ergerlijk vindt (in dit geval ‘passiviteit’) een doorgeslagen karaktertrek is waar je eigenlijk best wel wat van zou kunnen gebruiken. Maar daar misschien ooit meer over.

Aanvankelijk leek het met IJstijd van Maartje Wortel (2014) dezelfde kant op te gaan voor mij. Hoofdpersoon James Dillard is lethargisch, passief en lamgeslagen door (het gebrek aan) leven. Hij woont in een luxe hotel en vult zijn tijd met wijn drinken en Franse kaas eten. Ondertussen denkt hij vooral aan zijn ex-vriendin Marie. James is zo lamgeslagen dat de leeservaring me na een tijdje wat moeite begon te kosten, ondanks de mooie, strakke zinnen en de soms heel rake beschrijvingen die opeens hard binnenkomen. Maar soms kosten juist de meer waardevolle boeken wat meer moeite. En is het de moeite waard om door te lezen.

Wortel-IJstijdIk ben […] iemand. In de ogen van andere mensen, want iemand van jezelf maken, dat kan iedereen.
Ik kan mij voorstellen dat de passiviteit en de koele, feitelijke en toch filosofische schrijfstijl afstandelijk kunnen overkomen. Alsof het glas dat James ervaart tussen hem en andere mensen, tussen hem en de lezer is geplaatst. Ook omdat James zelf een onvermogen heeft om dichtbij mensen te komen. En daardoor misschien de lezer op afstand houdt, terwijl er uiteindelijk veel lagen in de roman zitten en het ook een kwetsbare roman is. De kritiek van redacteur Monica op de korte verhalen van James zijn in dit geval typerend:

“[…] je moet meer jezelf zijn […]. De mensen willen zich kunnen herkennen in je personages en tegelijkertijd willen ze een ander leren kennen.” “Oké,” zeg ik.

En Maartje Wortel zelf over hoe ze hoopt dat IJstijd wordt ontvangen in de NRC Lux:

En als ze het een stom boek vinden? Ze haalt haar schouders op. “Soms klikt het niet.” Wat ze wel erg vindt: als mensen haar boek afstandelijk vinden. “Dichterbij dan dit, kom ik niet. Als mensen dat niet zien, voelt dat eenzamer dan ik tijdens het schrijven was.”

James raakt mij het meest wanneer hij de lezer dichtbij laat. Het verstilde en onvermogen om in beweging te komen. En zijn angst vanaf kinds af aan om in de verleden tijd te praten en te denken. In die zin blijft hij een kind.

“Jij doet alsof het nog niet voorbij is door alles in de tegenwoordige tijd te laten bestaan. Misschien is dat zo gek nog niet, James. Misschien bestaat er geen volgorde als de dingen die voorbij zijn evengoed aanwezig zijn. Net als de dingen die nog komen moeten.’

Je praat constant in de tegenwoordige tijd. Ik wil niet onaardig overkomen, maar het is voorbij, op een gegeven moment is het klaar.
In het leven van James zijn alle mensen van enige betekenis weg, ‘voorbij’, maar toch aanwezig. Hij kan zich niet losmaken van zijn vader en zijn moeder, getuige de constante ‘mijn vader zegt dat…’  en ‘mijn moeder zegt dat…’, en Marie ‘is bij mij zonder er te zijn’. Zelfs de kat Zieck III blijft aanwezig nadat hij uit James’ kamer is gevlucht en dagenlang een penetrante urinelucht achterlaat. James is enorm gevormd door anderen en kan daar niet uit losbreken:

‘Papa is in het verleden blijven hangen, hij noemt zichzelf een levensexpert. Weet je wat ik laatst las, lieverd? Een expert is iemand die is opgehouden te denken. Zo is het met je vader. Die man denkt niet meer na. Hij grijpt terug naar zijn ervaringen en heeft jou daar ook mee proberen lastig te vallen. In feite is je vader degene die ervoor heeft gezorgd dat jij stilstaat.’

En James blijft tot in zijn volwassen jaren in de tegenwoordige tijd praten. Ook wanneer hij terugdenkt aan Marie of zijn ouders. Dit kan verwarrend werken, zeker wanneer het maar een flard van een gedachte is, maar ik vind het een mooie extra laag.

En juist daarom is het moment dat James in een dronken bui een brief in de verleden tijd schrijft, zo mooi. Op het moment dat hij accepteert wat hij heeft verloren, kom je als lezer heel dichtbij.

IJstijd is een gelaagde roman die wat inspanning en doorzettingsvermogen kost. De rake observaties en vooral de tweede helft van het boek blijven me het meeste bij. Afstandelijk? Misschien. Of juist heel erg dichtbij.

Lees ook wat andere bloggers van dit boek vonden.

Deze boekbespreking is onderdeel van ‘Een perfecte dag voor literatuur‘, een leesclub voor bloggers die graag lezen wat onder ‘literatuur’ wordt verstaan. Ik dank hierbij De Bezige Bij voor dit recensie-exemplaar.

Advertenties

Over Yolanda de Haan

Tekstschrijven | Redactie | Literatuurwetenschapper | Cultuurwetenschapper | Taalpurist | Muziek | Theater | Film | Nostalgisch | Schrijft en ontvangt graag brieven | Houdt van taart en Scandinavië
Dit bericht werd geplaatst in Boeken, Een perfecte dag voor literatuur, Literatuur, Not Just Any Book, Recensie en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Je wordt wat de mensen van je maken: ‘IJstijd’ van Maartje Wortel

  1. Inge zegt:

    Ik kan me goed vinden in jouw leeservaring! En die brief aan Monica was inderdaad heftig en ontroerend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s