De absolute waarheid bestaat niet

Ica

 

‘En bovendien, betrof niet juist het hele punt van haar schijven over Ica, het spel tussen fictie en werkelijkheid? Of ze het nou verzon of niet, behalve Ica zou geen enkele lezer ooit weten wat wel en niet echt gebeurd was. En door er een mooi, spannend, meeslepend en aangrijpend boek van te maken, kon ze aantonen dat die vraag er hoegenaamd ook niets toe deed.’ 

Het spel tussen fictie en werkelijkheid. De zin en onzin van betekenistoekenning en het zoeken naar autobiografische elementen. Spelen met verwarring, literaire ‘ingrepen’ en het medium zelf. Je als lezer geconfronteerd voelen met je eigen ideeën en automatismen rondom het zoeken naar ‘betekenis’ en autobiografische elementen. Dat is waar Ica van Eva Posthuma de Boer voor mij over gaat. Maar nu eerst eens inhoud boven vorm: waar gaat het verhaal over?

De grens tussen bewondering en obsessie
Ica verhaalt over auteur Nadine Sprenger die een grote bewondering koestert voor Ica Metz, een auteur met een flink oeuvre. Het is ‘algemeen’ bekend dat Ica is gebaseerd op Connie Palmen, een auteur waarnaar de gedachte in Nadine op dat er geen betere protagonist te verzinnen is dan Ica Metz. De ‘kleine, grote schrijfster’ zal de protagonist zijn in haar volgende roman. Nadine kan volledig opgaan in haar bewondering. Ze duikt in het leven van Ica Metz, probeert de persoon, haar gedachten en haar kennis zich eigen te maken. Om de persoon Ica echt te leren kennen, nodigt Nadine haar uit om mee te gaan naar een vakantiehuis in Frankrijk. Ondertussen vertelt Nadine zichzelf dat ze dit ook doet om Ica zelf weer aan het schrijven te krijgen, en om goed te zorgen voor de flink rokende en drinkende auteur.

Te dicht naar de zon gevlogen
In het zomerhuis komen de twee eerst schijnbaar dichter bij elkaar, maar Nadines bewondering gaat langzaam over in obsessie en afgunst. Nadines gevoelsleven wordt afhankelijk van wat Ica haar geeft. Uiteindelijk komt de climax en de val: vloog Nadine te dicht bij de zon (Ica) en smolten haar vleugels? Of valt auteur Ica, wiens naam zo lijkt op het personage uit de mythologie? Dat laat ik open voor toekomstige lezers. Het advies van Daedalus aan Icarus wordt in ieder geval niet nagevolgd: ‘Houd altijd het juiste midden’. Ica ontdekt dat Nadine bezig met een boek over haar. ‘It better be good is haar reactie. Het boek met de werktitel Ica is aan het einde van deze roman (genaamd Ica, jawel) in wording.

‘Fictie is een optelsom van de werkelijkheid, fantasie en tijd’
Net als Nadine, deed Eva Posthuma de Boer uitvoerig onderzoek naar – in dit geval – Connie Palmen. Ze bezocht haar geboortedorp en spitte al haar werk door. Nu moet ik toegeven dat ik niets van Connie Palmen heb gelezen. Ik heb expres vooraf, tijdens en achteraf niet naar feiten en achtergrondinformatie gezocht, vechtend tegen mijn neiging als lezer om te veel te interpreteren, ‘betekenis’ te geven door dwarsverbanden te leggen tussen feit en fictie. De vraag of het autobiografisch is, doet er namelijk niet zoveel toe. Vooral het spel dat Posthuma de Boer speelt, is interessant. De roman en de vertelinstanties reflecteren vaak op waarheid en fictie.

Nadine overdenkt bijvoorbeeld waarom het zoeken naar autobiografische elementen zinloos is, hoewel elke interviewer, recensent en uiteindelijk ook lezer daarop uit is. ‘[…] alles wat een schrijver opwierp was in bepaalde zin persoonlijk, maar waar het persoonlijke precies in school, viel niet te achterhalen – soms niet eens door de schrijver zelf.’ Desondanks legt Nadine constant verbintenissen tussen Ica en haar boeken. Het is onderdeel van iemand proberen te begrijpen, ‘eigen’ te maken. Maar kan dat wel?

‘De absolute waarheid bestaat niet. Ieders waarheid is al een vorm van fictie.’
Posthuma de Boer speelt voegt een laag toe aan de verwarring over feit en fictie door enerzijds de onzin te benadrukken van feit en fictie te vergelijken, en anderzijds noten in de tekst toe te voegen met bronvermelding. Een andere laag is de vorm van het boek: het arestotelisch drama. De expositie, de climax, de onafwendbare daden en de catastrofe: het komt allemaal voor. Tussendoor wordt ook het koor opgevoerd als vertelinstantie, dat op ironische wijze reflecteert op zichzelf, het doel en de onmogelijkheid om een ‘bedoeling’ te interpreteren of in de gedachten van iemand te kruipen, of het nu een schrijver of lezer is.

Je zou kunnen zeggen dat in Ica  niet de ‘dood van de auteur’, maar de dood van de interpreterende lezer aanmoedigt.

Het spel tussen feit en fictie en verwarring boeide mij uiteindelijk het meest aan Ica. Of Ica een hoogvlieger is van mythologische status, dat moet nog blijken.

Deze boekbespreking is onderdeel van Een perfecte dag voor literatuur, een leesclub voor bloggers die graag lezen wat onder ‘literatuur’ wordt verstaan. Ik dank hierbij uitgeverij Ambo Anthos en Cathelijne Esser van Een perfecte dag voor literatuur voor dit recensie-exemplaar.

 

Advertenties

Over Yolanda de Haan

Tekstschrijven | Redactie | Literatuurwetenschapper | Cultuurwetenschapper | Taalpurist | Muziek | Theater | Film | Nostalgisch | Schrijft en ontvangt graag brieven | Houdt van taart en Scandinavië
Dit bericht werd geplaatst in Een perfecte dag voor literatuur, Ik lees Nederlands 2015 en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s