De zoektocht naar een thuis

novaire-zeg maar dat we niet thuis zijn

Leven, dood, afkomst, geschiedenis, verlangen naar geborgenheid en ‘thuiskomen’, allemaal onderwerpen die je onder het overkoepelende thema ‘identiteit’ kunt scharen. Het zijn ook allemaal thema’s die voorkomen in ‘Zeg maar dat we niet thuis zijn’ van Rashid Novaire. Ondertussen gebeuren er ook nog allerlei onwaarschijnlijke dingen in de roman, waardoor het geheel een licht magisch realistisch tintje heeft.

Stel je een vrij jonge begrafenisondernemer voor, Milan den Hartog. Hij heeft besloten dat dit zijn laatste week zal zijn bij uitvaartmaatschappij Noorderzon en Zonen, hoewel zijn baas hem probeert over te halen om te blijven. Milan gaat zelf een onderneming starten. Waarin, wordt de lezer pas later duidelijk. Hij heeft echter nog geen startkapitaal. En juist in zijn laatste zeven dagen heeft hij drie bizarre zaken die het hem moeilijker maken dan ooit. Aan de zojuist genoemde getallen kun je trouwens een symbolische betekenis geven, maar dat hoeft niet.

Waar hij normaal professioneel begaan maar ook afstandelijk is en graag tijdelijk de last van anderen draagt, worden zijn grenzen deze laatste zeven dagen flink opgezocht, en overschreden.

Drie bizarre zaken
Zo drukt een moeder na de begrafenis van haar zoon Milan een Aldi-tas met dertigduizend euro contant in zijn handen. Het was het bezit van haar zoon, en zij wil het niet meer in haar buurt hebben. Na veel gesputter neemt Milan het aan. Het bedrag is precies genoeg als startkapitaal voor zijn nieuwe bedrijf. Maar er zijn meerdere partijen die vinden dat de inhoud van de Aldi-tas niet aan Milan toebehoren, en dat zal hij merken.

De twee repatriëringszaken gaan hem ook niet in de koude kleren zitten. Meneer Jahangir vertelde een ‘witte leugen’ toen hij naar Nederland vluchtte door de IND te vertellen dat hij een Koerd was uit Irak in plaats van Iran, zijn geboorteplaats. Om zo makkelijker het land binnen te komen. Nu wil hij begraven worden in zijn geboorteland. Dit gaat niet zo simpel, en dan stuurt meneer Jahangir ook nog eens vanuit de koelcel e-mails – die je als lezer ook te zien krijgt – naar zijn zoon en naar Milan. Bij Milan belanden ze echter in de spambox (hij meent zelf dat hij ook een hele goede ‘spambox’ voor het leven en de onzin van anderen heeft) en hij weigert de zoon te geloven dat het diens overleden vader is die de mails stuurt. Daarnaast spelen culturele verschillen een rol en blijft Milan niet zijn normaal zo beheerste zelf.

Dan is er nog de zaak van de Al-Khattabi’s, waarbij het lichaam grootmoeder Milouda juist naar het thuisland is vervoerd, terwijl dat helemaal niet de bedoeling was. Nu moet ze terug. Er is echter één probleem: de doodskist kwam leeg aan bij het land van bestemming. De familieleden zijn ervan overtuigd dat Milouda zelf uit de kist gestapt is, omdat ze het niet eens was met haar bestemming. Terwijl Milan tot over zijn oren in de andere problemen zit, hoort hij dat de twee kleinzonen op weg zijn gegaan en op verschillende plekken zijn gesignaleerd: wandelend en met de doodskist op hun schouders.

Losse eindjes
Ik heb lang nagedacht over wat ik over dit boek wil vertellen. Waar zou ik me op gaan focussen? De vele thema’s in het boek, die wel aangeraakt worden maar niet altijd worden uitgediept, maar die losse eindjes blijven, zorgden er misschien voor dat ik ook veel ‘losse eindjes’ in mijn handen had en niet wist wat te kiezen. Zou ik een e-mail aan de hoofdpersoon schrijven, of bedenken wat voor e-mail ik zou schrijven als ik zélf… nee, laat ik dat niet doen. Identiteit? De soms poëtische zinnen? Het verlangen naar warmte, maar niet weten hoe?

Een verfrissende aanpak, goed geschreven, vlagen van zwarte humor en poëtische taal. Toch heb ik een licht onbestemd gevoel na het dichtslaan van de roman. Dat ligt ongetwijfeld aan mijn voorkeuren als lezer. Ik verlangde naar een soort ‘samenkomen’ van thema’s en gebeurtenissen, een verbinding. Dat er meer was dan het aanraken van een plotlijn of thema, maar dat er ook een schijnbare bedoeling achter zit. Waren er voor mij misschien te veel thema’s en lijntjes die losse eindjes blijken?
Zo bereikt meneer Jahangir Milan niet. ‘Het kan niet,’ zegt Milan daarover, en daarmee is de zaak afgedaan. Het laatste wat Milan, en dus de lezer, ziet van de lege doodskist van Milouda is dat deze door twee kleinzoons langs de autoweg op hun schouders wordt gedragen. Wat gebeurt er met Randy? Met Elsa?

Maar misschien hoort het met deze verhaallijnen te gaan zoals het vergaat in het echte leven: soms bereiken dingen en mensen elkaar niet. Milan wil dat zijn adres op de tast wordt gevonden door iemand. Helaas verdwalen mensen soms, of eindigen berichten aan zijn adres in zijn spambox, zoals in het geval van meneer Jahangir. En zijn de losse eindjes wat het leven, en deze roman, interessant maakt.

Lees ook wat de andere bloggers van dit boek vonden.

Zeg maar dat we niet thuis zijn verscheen bij Ambo Anthos.

Deze boekbespreking is onderdeel van Een perfecte dag voor literatuur, een leesclub voor bloggers die graag lezen wat onder ‘literatuur’ wordt verstaan. Ik dank hierbij Ambo Anthos en Cathelijne Esser van Een perfecte dag voor literatuur voor dit recensie-exemplaar.

 

 

Advertenties

Over Yolanda de Haan

Tekstschrijven | Redactie | Literatuurwetenschapper | Cultuurwetenschapper | Taalpurist | Muziek | Theater | Film | Nostalgisch | Schrijft en ontvangt graag brieven | Houdt van taart en Scandinavië
Dit bericht werd geplaatst in Een perfecte dag voor literatuur, Ik lees Nederlands 2015 en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s